Verboden boeken: wat mochten we in de vorige eeuw zeker niet lezen?

Sommige boeken veroorzaken nou eenmaal veel ophef. Hoewel deze controversiële boeken in Europa meestal vrij verkrijgbaar zijn, worden ze in andere landen regelmatig geweerd uit boekhandels en bibliotheken, en soms worden ze zelfs verbrand. Denk dan bijvoorbeeld aan Lolita (Vladimir Nabokov), De Da Vinci Code (Dan Brown) en De duivelsverzen (Salman Rushdie). Zelfs Harry Potterboeken (J.K. Rowling) zijn niet overal ter wereld even geliefd vanwege alle tovenarij die erin voorkomt. In Nederland loopt het zo’n vaart niet, maar ook hier zijn in het verleden weleens pogingen gedaan om bepaalde boeken te laten verdwijnen.

Hét boek dat niet verkocht mag worden

In Nederland hebben we geen lange lijst met verboden boeken. Het enige boek dat je officieel niet mag verhandelen of herdrukken is Mijn kampf, het boek dat Hitler in 1925 uitbracht. In 2014 bood een galeriehouder het boek echter te koop aan. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet strafbaar was, omdat het boek was aangeboden als antiquarisch object en omdat de verkoper er geen politieke bedoeling mee had.

Uiteindelijk maakte deze uitspraak de weg vrij voor uitgeverij Prometheus om een heruitgave van het boek uit te brengen. Mijn strijd, de vertaalde versie van Mein Kampf, is in 2018 uitgegeven met een wetenschappelijk doel en bevat veel uitgebreide noten van historicus Willem Melching. Deze editie is eigenlijk niet uitgegeven voor een groot algemeen publiek, maar voor wetenschappers en mensen die bovenmatig geïnteresseerd zijn in geschiedenis. De uitgave van Mijn strijd veroorzaakte dan ook weinig ophef.

Dik Trom niet zo onschuldig?

Bij ‘verboden boeken’ zullen veel mensen denken aan de beruchte boekverbranding in 1933, toen in Berlijn een grote hoeveelheid boeken in vlammen opging van auteurs als Heinrich Mann en Erich Kästner. Een boek waar je echter niet meteen aan denkt is Dik Trom. Toch is het kinderboek De Zoon van Dik Trom (C. Joh. Kieviet)in 1941 op de lijst met verboden boeken terecht gekomen.

Eén passage, waarin een sneeuwballen gevecht wordt gehouden, was de boosdoener. Een aantal kinderen speelt het Nederlandse en Duitse leger na en een van hen roept op een gegeven moment: “Weg met de Duitschers!”. Reden genoeg voor de bezetter om het boek te verbieden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook in latere uitgaven is deze zin niet meer teruggekeerd.

Ordinaire beeldromannetjes

Na de oorlog moesten vooral stripboeken het ontgelden. In 1948 stuurde het ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen een brief naar alle schoolbestuurders waarin werd opgeroepen om de verspreiding van de zogenaamde ‘beeldromans’ tegen te gaan. Volgens de minister bevatten de boekjes tekeningen en teksten van ‘een sensationeel gehalte’ en hadden zij verder geen enkele waarde. Docenten kregen de taak om erop toe te zien dat hun leerlingen de boekjes niet mee naar school namen en ‘onder hun makkers verspreidden’.

Zeer populaire stripreeksen als De avonturen van Kapitein Rob (Pieter Kuhn), Dick Bos (Alfrec Mazure) en Kick Wilstra (Henk Sprenger) werden geweerd uit scholen en bibliotheken. Ze waren veel te gewelddadig en zij zouden ‘leesluiheid’ veroorzaken. Zelfs de vrij onschuldige Donald Duck werd verboden voor de jeugd, aangezien ook deze strips te oppervlakkig waren en de goede smaak zouden bederven. Het verbod heeft uiteindelijk echter weinig zoden aan de dijk gezet. De populariteit van de strips nam zeker niet af. Waarschijnlijk werd het alleen maar spannender om de boekjes na schooltijd stiekem uit te wisselen.

Verboden lectuur voor katholieken

Niet alleen de overheid, maar ook de katholieke kerk wilde de Nederlandse burger beschermen tegen onfatsoenlijke en verderfelijke boeken. Van 1937 tot 1970 beoordeelde de Informatie Dienst Inzake Lectuur (IDIL) welke boeken voldeden aan de katholieke maatstaven. Boeken werden ingedeeld in zes categorieën, uiteenlopend van ‘verboden lectuur’ tot ‘lectuur voor allen’. Verboden boeken bevatten onder andere passages waarin het katholieke geloof werd aangevallen of waarin werd ingegaan op magie, echtscheiding of seksualiteit.

Eén van de boeken die werden verboden door de IDIL, was de roman De tranen der acacia’s (Willem Frederik Hermans). Het boek zou te nihilistisch zijn en een ‘onfatsoenlijk karakter’ hebben. Toen in 1955 het eerste hoofdstuk van het boek gepubliceerd dreigde te worden in het tijdschrift Podium, nam de Amsterdamse politie het nummer in beslag. En daar bleef het niet bij. De anti-katholieke houding van Hermans’ hoofdpersonage leverde de schrijver ook nog een gerechtelijke vervolging op in 1952. Uiteindelijk werd Hermans vrijgesproken, maar de negatieve publiciteit had zeker geen positieve invloed op de verkoopcijfers van zijn boek.